/ Erven

Erven

Het erfrecht

Algemeen

Het erfrecht regelt de gevolgen van overlijden, met betrekking tot de bezittingen en schulden van de overledene. Het erfrecht is in 2003 ingrijpend veranderd. Het erfrecht is momenteel geregeld in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.

Schenkingen houden nauw verband met het erfrecht, een schenking is vaak een voorschot op de erfenis. Door te schenken kunnen kinderen te kort komen. Dit is het leerstuk van de legitieme. Hierna wordt daar nog uitgebreid op ingegaan.

Indien u geïnterresseerd bent, kunt u hieronder nadere informatie vinden over het wettelijk erfrecht en het erfrecht, indien er een testament is gemaakt.

Aan de hand van de hoofdstukindeling kunt u de informatie waar u naar op zoek bent, snel vinden.

Bij het erven speelt ook het huwelijksvermogensrecht een rol. Ook afspraken in een samenlevingscontract kunnen van belang zijn om vast te stellen hoe groot de nalatenschap is. De regels van gemeenschap van goederen gaan voor op het erfrecht. Met andere woorden: met behulp van de regels van de gemeenschap van goederen wordt vastgesteld hoe groot het vermogen is dat vererft. Ook eventuele afspraken gemaakt in de vorm van huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden kunnen belangrijk zijn om de omvang van de nalatenschap vast te stellen. Hetzelfde geldt voor afspraken die zijn vastgelegd in een samenlevingscontract. Aan de hand van de afspraken in een samenlevingscontract of huwelijkse voorwaarden wordt de omvang van de nalatenschap in kaart gebracht.

Estate planning

Een speciaal onderdeel van het erfrecht is estate planning.

Steeds meer wordt men zich ervan bewust dat bij overlijden de erfbelasting het vermogen aantast. Door daar al tijdens leven vooruit op te lopen, bijvoorbeeld door het doen van schenkingen, kan deze erfbelasting verminderd worden. Ook door het maken van het juiste testament, kan belastingheffing naar de toekomst worden verschoven, of kan de uiteindelijk te betalen belasting worden verminderd. Het onderwerp estate planning is erg complex. Het is belangrijk dat u zich goed laat informeren.

Opvolging onder algemene titel

Bij overlijden vererft het vermogen, zowel de bezittingen als schulden vererven naar de erfgenamen. Erfgenamen zetten de positie van de overledene voort. Dit geldt voor door de overledene geldende rechten maar ook voor door de overledene aangegane verplichtingen. Dit is het leerstuk van de saisine. Dit voorzetten van de persoon van de overledene voor wat betreft rechten en plichten gebeurt automatisch. Er zijn geen verdere handelingen voor noodzakelijk.

Een uitzondering op deze regel is de wettelijke verdeling. Bij een gehuwde echtgenoot met kinderen, komen de goederen van rechtswege toe aan de langstlevende echtgenoot. Op de wettelijke verdeling wordt hieronder nog uitgebreid ingegaan.

Twee soorten erfrecht

De wet kent 2 soorten erfrecht

  • Het wettelijk erfrecht;

  • Het testamentaire erfrecht.

Het wettelijk erfrecht is het erfrecht zoals het in het de wet is geregeld.

Het wettelijke erfrecht wordt ook wel versterferfrecht genoemd of ab instestaat erfrecht.

Omdat zowel de bezittingen als de schulden vererven, geeft de wet een duidelijke omschrijving wat onder schulden van de nalatenschap moet worden verstaan.

Dit schuldenbegrip speelt in het erfrecht een belangrijke rol.

Als schulden worden ook aangemerkt schulden die ten gevolge van het overlijden en na het overlijden ontstaan, zoals begrafeniskosten en kosten van boedelafwikkeling.

Bestaanseis

De hoofdregel is dat u alleen erfgenaam kunt zijn als u in leven bent op het moment van overlijden. De wet bevat 2 uitzonderingen.

Een kind waarvan men al zwanger is op het moment van overlijden en dat nadien levend ter wereld komt, erft wel mee.

Een tweede uitzondering is de zogenaamde tweetrapsmaking.

Op de tweetrapsmaking wordt in het onderdeel testamentair erfrecht nog uitgebreid ingegaan.

Overeenkomsten over nog niet opengevallen nalatenschap

Het is verboden tijdens leven afspraken te maken over een erfenis, die nog niet bestaat. Het bekendste voorbeeld is het kind dat afstand doet van de erfenis van zijn ouder, die nog in leven is.

Op deze regel is weer een uitzondering. Als de afspraak betrekking heeft op afzonderlijke goederen die tot de nalatenschap behoren, mag het weer wel.

Voorbeeld: een verblijvingsbeding in een samenlevingscontract of een overnamebeding in een maatschapscontract.

Overgangsrecht

Het nieuwe erfrecht geldt vanaf 1 januari 2003.

Het nieuwe erfrecht heeft onmiddellijke werking.

In het overgangsrecht heeft de wetgever regelingen getroffen voor onder meer testamenten die voor 1 januari 2003 (dus onder het oude erfrecht) zijn gemaakt. Ook zijn in het overgangsrecht regelingen opgenomen voor nalatenschappen die al voor 1 januari 2003 zijn opengevallen, maar op 1 januari 2003 nog niet waren afgewikkeld.

Een belangrijke regel in het overgangsrecht is dat testamenten onder het oude recht gemaakt geldig blijven.

Uitleg van testamenten, gemaakt onder het oude erfrecht, moet soms aan de hand van het oude erfrecht gebeuren. Het belangrijkste voorbeeld is de berekening van het begrip legitieme. De legitieme portie is het minimum erfdeel waar een kind volgens de Nederlandse wet recht op heeft. Omdat de berekening van de legitieme portie onder oud en nieuw erfrecht verschilt, heeft de wetgever hier een aparte regeling voor opgenomen. Indien een testament van voor 1 januari 2003 het begrip legitieme portie hanteert, moet de uitleg van dit begrip plaatsvinden aan de hand van het oude erfrecht.

Kennis van het oude erfrecht blijft dus belangrijk.

Direct advies aanvragen


Verzenden
Heeft u gevonden wat u zocht?
Delen
Uw waardering

© 2016

Privacy           Algemene voorwaarden           Sitemap