/ Gezamenlijke voogdij

Gezamenlijke voogdij

Het is mogelijk om een gezamenlijke voogd aan te wijzen.

Deze andere voogd, moet dan wel in nauwe betrekking tot het kind staan.

Eventueel kan samen met het verzoek om gezamenlijke voogdij, ook een verzoek tot wijziging van de naam worden ingediend.

Rechten en plichten gezamenlijke voogdij

Personen die gezamenlijk de voogdij uitoefenen hebben wel de plicht tot het zelf verzorgen en opvoeden van het kind. Zij hebben in dit verband dus dezelfde plicht als de ouders.

Indien slechts een persoon met de voogdij is belast heeft hij deze plicht niet zelf, de alleen benoemde voogd is er alleen verantwoordelijk voor dat het kind wordt verzorgd en opgevoed, met andere woorden: hij moet er voor zorgen dat dit gebeurt.

Beide gezamenlijke voogden zijn onderhoudsplichtig, gedurende de periode van voogdij.

Een dergelijke onderhoudsplicht is niet aanwezig bij de alleen benoemde voogd.

Indien een van de beide gezamenlijk benoemde voogden overlijdt, is de langstlevende voogd automatisch, van rechtwege, alleen voogd en heeft deze voortaan alleen het gezag over de kinderen. De onderhoudsplicht vervalt dan, zo ook de plicht om zelf de verzorging en opvoeding ter hand te nemen.

Kinderbeschermingsmaatregel

Voogdij wordt ook ingezet als kinderbeschermingsmaatregel, namelijk als beide ouders uit het ouderlijk gezag worden ontzet. Meestal wordt de voogdij dan verzorgd door een voogdij instelling.

Draagmoederschap

Een draagmoeder is een vrouw die zwanger wordt met het doel om haar kind na de geboorte af te staan aan de wensmoeder.

Draagmoederschap is niet strafbaar.

Het beroepsmatig bemiddelen tussen een draagmoeder en wensmoeder is wel strafbaar.

De wet bevat verder geen regels over draagmoederschap.

Omdat de moeder altijd gezag heeft, omdat zij het kind heeft gebaard, is de enige weg om het gezag over te dragen van draagmoeder naar wensmoeder, ontheffing van het gezag van de draagmoeder. Omdat vrijwillige ontheffing uit het ouderlijk gezag niet mogelijk is, dient hiervoor de Raad voor de Kinderbescherming te worden ingeschakeld.

Een vrijwillige ontheffing uit het ouderlijk gezag, dus na het indienen van verzoek daartoe, is niet mogelijk.

De enige grond waarop een ouder uit het ouderlijk gezag kan worden ontheven is dat de ouder ongeschikt of niet in staat is de verzorging en opvoeding zelf ter hand te nemen.

Dit wordt beoordeeld door de rechter.

Bij het overdragen van het gezag van draagmoeder haar wensmoeder word de procedure van ontheffing uit het ouderlijk gezag dus eigenlijk oneigenlijk ingezet. De draagmoeder doet immers vrijwillig afstand.

Om de wensmoeder gezag te geven, zal vervolgens door de wensmoeder nog een adoptieprocedure moeten worden gestart.

Recht op omgang

De wetgever heeft het recht op omgang in de wet vastgelegd. Een ouder die geen gezag heeft, heeft wel recht op omgang.

Voorbeeld: een kind dat door de vader is erkend, terwijl de vader en moeder van het kind nog geen verzoek tot gezamenlijk gezag hebben gedaan.

De vader heeft en houdt een omgangsrecht, ook als de relatie met de moeder is geëindigd.

Het omgangsrecht is met name van belang in die situaties dat de ene ouder het kind bij de andere ouder weghoudt of probeert weg te houden, bijvoorbeeld na het verbreken van een relatie.

Procedure

Op verzoek van een of op verzoek van beide ouders kan de rechter een omgangsregeling vaststellen tussen het kind en de ouder die geen gezag heeft. Gebruikelijk wordt daarbij een regeling getroffen over de weekenden, de schoolvakanties en de feestdagen en verjaardagen. Allerlei variaties zijn daarbij denkbaar.

De rechter kan het recht op omgang ontzeggen. De gronden waarop dit kan zijn in de wet vastgelegd.

De gronden zijn:

  1. omgang levert ernstig nadeel op voor de ontwikkeling van het kind;

  2. de ouder die omgang wenst/heeft, is/blijkt ongeschikt;

  3. het kind is ouder dan 12 jaar en wil geen omgang;

  4. de omgang is op grond van zwaarwegende belangen niet in het belang van het kind.

Andere personen dan de ouders hebben geen wettelijk omgangsrecht. Wel kunnen zij de rechter daarom verzoeken. Bij de beoordeling speelt de nauwe relatie met het kind een belangrijke rol. Voorbeeld: grootouders, biologische vader, broers-zusters.

Een omgangsregeling kan worden gewijzigd wegens gewijzigde omstandigheden.

Direct advies aanvragen


Verzenden
Heeft u gevonden wat u zocht?
Delen
Uw waardering

© 2016

Privacy           Algemene voorwaarden           Sitemap