/ Huwelijkse voorwaarden

Trouwen op huwelijkse voorwaarden

Door het sluiten van huwelijkse voorwaarden kunnen echtgenoten afwijken van de regels van de gemeenschap van goederen.

Deze huwelijkse voorwaarden kunnen voor het huwelijk worden getekend. Het is ook mogelijk alsnog huwelijkse voorwaarden te maken, terwijl men al in gemeenschap van goederen gehuwd is.

Let wel: van bepaalde regels kan in huwelijkse voorwaarden niet worden afgeweken. Dit zijn regels in het kader van alimentatieverplichtingen, en regels die als doel hebben het gezin te beschermen. Een voorbeeld daarvan zijn de regels dat de echtgenoten elkaar voor bepaalde transacties toestemming moeten geven. Ook kan niet worden afgeweken van de regel dat beide echtgenoten ten opzichte van derden aansprakelijk zijn voor de schulden die betrekking hebben op de gemeenschappelijke huishouding.

De wetgever heeft een grote mate van vrijheid gegeven met betrekking tot de inhoud van de huwelijkse voorwaarden. Dit betekent dat u de huwelijkse voorwaarden bijna helemaal naar uw eigen wensen kunt inrichten.

Toch zijn er wel wat algemene opmerkingen te maken.

Voor de inrichting van de huwelijkse voorwaarden zijn van belang:

a. de wens om de bestaande inkomsten en of de toekomstige inkomsten en het bestaande vermogen en of het toekomstige vermogen te delen;

b. de bereidheid om het verlies aan verdiencapaciteit, dat kan optreden doordat de ene echtgenoot meer zorgtaken op zich neemt en het huishouden draaiende houdt, te compenseren;

c. de wenselijkheid om de onderneming te beschermen tegen een echtscheiding;

d. de wenselijkheid om de niet ondernemende echtgenoot te beschermen tegen de ondernemer en de schulden van de onderneming;

e. de wens om in het kader van een echtscheiding pensioen wel of niet te delen;

f. de verzorging van elkaar na overlijden.

Huwelijkse voorwaarden worden aangegaan voor de duur van het huwelijk. Dit kan een lange periode zijn. Als de omstandigheden van de echtgenoten wijzigen kan dit een reden zijn om de huwelijkse voorwaarden aan te passen. Dit is mogelijk. Rechtelijke goedkeuring is hiervoor niet meer vereist sinds 1 januari 2012. Hieronder wordt daar nader op in gegaan.

Huwelijkse voorwaarden moeten worden vastgelegd in een notariële akte. Ons kantoor kan u daarbij helpen.

Huwelijkse voorwaarden die niet zijn vastgelegd in een notariële akte zijn niet geldig.

Voor het huwelijk

Voor het huwelijk gemaakte huwelijkse voorwaarden beginnen te werken op het moment dat het huwelijk gesloten wordt

Publicatie en derdenwerking

Huwelijkse voorwaarden kunnen gevolgen hebben voor derden. Bij een gemeenschap van goederen kan het gehele vermogen van de beide echtgenoten aangesproken worden voor de betaling van schulden. Bij huwelijkse voorwaarden is dit, behoudens uitzonderingen, alleen het vermogen van de echtgenoot die de schuld heeft aangegaan.

Daarom schrijft de wet voor dat de huwelijkse voorwaarden bij de rechtbank moeten worden ingeschreven. Dit inschrijven gebeurt in het zogenaamde huwelijksgoederenregister. Dit register is openbaar, zodat iedereen kan zien of er door partijen huwelijkse voorwaarden zijn gemaakt en wat de inhoud daarvan is.

Ons kantoor zorgt er voor dat de huwelijkse voorwaarden worden ingeschreven in het huwelijksgoederenregister.

De inhoud van de huwelijkse voorwaarden

Echtgenoten hebben een grote vrijheid wat zij in hun huwelijkse voorwaarden op willen nemen.

De inhoud van de huwelijkse wordt begrensd door wetsbepalingen waarvan niet kan worden afgeweken, zoals bijvoorbeeld de gemeenschappelijke aansprakelijkheid voor de schulden van de huishouding.

Ook is in de wet opgenomen dat het niet mogelijk is in huwelijkse voorwaarden een bepaling op te nemen dat de ene echtgenoot een groter aandeel in de schulden zal betalen, dan zijn aandeel in de bezittingen. Een dergelijke bepaling leidt altijd tot benadeling van schuldeisers.

Ook over de rechten en plichten voortvloeiende uit het ouderschap kunnen geen afspraken worden gemaakt in huwelijkse voorwaarden.

Uit de rechtspraak blijkt dat het ook niet mogelijk is in huwelijkse voorwaarden afspraken te maken die thuishoren in een echtscheidingsconvenant.

De verrekenbedingen

De meeste huwelijkse voorwaarden bevatten een uitsluiting van gemeenschap van goederen. Dit wordt dan aangevuld met een verrekenbeding.

Er zijn twee soorten verrekenbedingen.

  1. het periodieke verrekenbeding, dit wordt in de volksmond ook wel het Amsterdams verrekenbeding genoemd

  2. het eindafrekeningsbeding, ook genoemd het finaal verrekenbeding.

Het periodiek verrekenbeding

Bij een periodiek verrekenbeding wensen de echtgenoten geen stelsel van gemeenschap van goederen. Zij hebben als basis in hun huwelijkse voorwaarden een stelsel van uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen. Dit is in feite het omgekeerde van de gemeenschap van goederen. Ieder van de echtgenoten behoudt dan zijn eigen bezittingen en schulden.

Wel spreken zij af dat zij jaarlijks hun overgespaarde inkomen zullen verrekenen.

Inkomen is daarbij vanzelfsprekend een netto begrip, het inkomen minus de kosten.

Bij een dergelijk beding is de definitie van het begrip inkomen erg belangrijk. Deze kan ruim zijn, inkomen uit arbeid, winst uit onderneming, en inkomen uit vermogen, rente en dividenden, maar ook eng, alleen inkomen uit arbeid, en het aan de onderneming ontrokken inkomen.

Vaak worden er in de huwelijkse voorwaarden nog bepalingen opgenomen die voorkomen dat een echtgenoot ondernemer of een directeur groot aandeelhouder zijn inkomen drukt, zodat er minder met de andere echtgenoot verrekend behoeft te worden. Immers de directeur enig aandeelhouder of ondernemer is baas van zijn onderneming, en kan daarmee aan zich zelf zijn eigen salaris toekennen. Indien dit salaris bewust te laag wordt vastgesteld, wordt de andere echtgenoot hierdoor benadeeld, omdat deze daardoor meer moet verrekenen.

Omdat het begrip inkomen bij een periodiek verrekenbeding centraal staat, is het erg belangrijk dat uw huwelijkse voorwaarden aansluiten bij uw wensen.

Tineke Groot Notaris te Oisterwijk kan u daarbij behulpzaam zijn.

Het finaal verrekenbeding

Bij een finaal verrekenbeding vindt er bij het einde van het huwelijk nog een eenmalige afrekening plaats. Er zijn veel verschillende soorten van dergelijke verrekenbedingen.

Een veel voorkomend finaal verrekenbeding is dat partijen met elkaar afrekenen alsof zij in gemeenschap van goederen waren gehuwd, indien het huwelijk eindigt door overlijden.

Bij echtscheiding wordt dan niet verrekend.

Een ander veel voorkomend finaal verrekenbeding is een combinatie dat bij overlijden wordt afgerekend alsof de echtgenoten in gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Indien het huwelijk eindigt door echtscheiding wordt afgerekend alsof echtgenoten in gemeenschap van goederen zijn gehuwd, waarvan uitgezonderd het vermogen dat zij al hadden voor zij in het huwelijk traden en het vermogen dat zij door schenking of erfenis hebben verkregen.

In dit laatste geval wordt dus eigenlijk bij echtscheiding de vermogenstoename tijdens het huwelijk gedeeld en wordt vermogen dat verkregen wordt van derden buiten beschouwing gelaten.

Allerlei variaties zijn daarop mogelijk. Ons kantoor kan u helpen de voor u juiste vorm te kiezen.

De combinatie

In de meeste huwelijkse voorwaarden wordt door de echtgenoten gekozen voor een combinatie van een periodiek verrekenbeding en een finaal verrekenbeding. Hierdoor wordt voorkomen dat indien aan het periodiek verrekenen nooit uitvoering is gegeven, er bij het einde van het huwelijk problemen ontstaan over hoe nu af te rekenen. In dit laatste geval wordt dan teruggegrepen op het finaal verrekenbeding.

Een periodiek verrekenbeding is toch in de meeste gevallen zeker zinvol. Het biedt echtgenoten de mogelijkheid vermogen naar elkaar over te hevelen. Zonder een basis in de huwelijkse voorwaarden zou dit fiscaal belast kunnen zijn als schenking. Ook in het kader van spreiding van risico bij een eigen onderneming kan de naleving van een periodiek verrekenbeding zinvol zijn. De echtgenoot ondernemer kan op deze wijze vermogen overhevelen naar zijn echtgenoot, zodat dit veilig is voor crediteuren.

Andere vormen

a. De koude uitsluiting

Bij een koude uitsluiting spreken de echtgenoten met elkaar af dat zij op geen enkele wijze hun inkomens en vermogenstoename met elkaar zullen delen.

Er bestaat tussen de echtgenoten geen enkele gemeenschap van goederen. Zij hebben geen verdere financiële banden met elkaar dan het samen betalen van de kosten van de gemeenschappelijke huishouding.

De echtgenoot die tijdens het huwelijk geen of weinig vermogen heeft opgebouwd, gaat met lege handen naar huis, indien het huwelijk eindigt door echtscheiding. Dit kan een risico zijn. Toch wordt voor deze vorm van huwelijkse voorwaarden wel eens gekozen. Dit komt met name voor in de situatie van tweede huwelijken waarbij de echtgenoten beiden ieder afzonderlijk al vermogen hebben opgebouwd en beiden inkomen hebben uit arbeid.

b.De beperkte gemeenschap

De wet geeft de mogelijkheid om in plaats van in algehele gemeenschap van goederen te huwen, in een beperkte gemeenschap van goederen.

Ook het huwen in een beperkte gemeenschap van goederen dient te gebeuren door het sluiten van huwelijkse voorwaarden, die worden vastgelegd in een notariële akte.

Op de beperkte gemeenschap van goederen zijn de regels van de algehele gemeenschap van goederen van overeenkomstige toepassing. Een veel voorkomende vorm van een beperkte gemeenschap van goederen is de gemeenschap van inboedel. Hierbij spreken de echtgenoten af dat hun inboedel gemeenschappelijk is, ongeacht hoe verkregen. Voor het overige kiezen zij voor een stelsel van koude uitsluiting, eventueel aangevuld met een periodiek en een finaal verrekenbeding.

Een ander voorbeeld van een beperkte gemeenschap van goederen is de gemeenschap van de echtelijke woning. Daarin spreken de echtgenoten af dat hun gemeenschappelijk bewoonde woning steeds gemeenschappelijk zal zijn. Bij een gemeenschap van woonhuis worden er ook altijd afspraken gemaakt over de schulden aangegaan ter financiering van die woning.

Het begrip kosten van de huishouding

De wet bevat bij een huwelijk in algehele gemeenschap van goederen een regeling hoe de kosten van de huishouding door de echtgenoten zullen worden betaald. Daarbij gaat het gemeenschappelijk inkomen voor op het gemeenschappelijk vermogen en het eigen inkomen voor op het eigen vermogen.

In huwelijkse voorwaarden wordt, omdat er meestal geen gemeenschappelijk inkomen en vermogen is, tussen de echtgenoten meestal afgesproken dat zij naar evenredigheid van hun inkomen bij zullen dragen in de kosten van de huishouding. Voor het begrip inkomen verwijs ik naar wat daarover hiervoor is gezegd.

Het is belangrijk om in de huwelijkse voorwaarden een omschrijving op te nemen wat onder kosten van de huishouding moet worden verstaan. Dit voorkomt discussie tussen de echtgenoten. De meeste huwelijkse voorwaarden bevatten dan ook een definitie van het begrip kosten van de huishouding.

De en-of rekening

Bij een stelsel van koude uitsluiting kan een en/of rekening makkelijk zijn voor het betalen van de kosten van de huishouding. Iedere echtgenoot stort naar evenredigheid van inkomen maandelijks een bedrag op de en-of rekening. Beide echtgenoten zijn op grond van de huwelijkse voorwaarden voor de helft in het saldo gerechtigd in geval van geschil. Let wel het hebben van een en/of rekening betekent niet automatisch dat iedere echtgenoot voor de helft gerechtigd is. En of wil alleen maar zeggen wie over de rekening mag en kan beschikken en geeft geen uitsluitsel over wiens geld op die rekening staat.

De staat van aanbrengsten

De mogelijkheid bestaat om aan de huwelijkse voorwaarden een lijst te hechten wie op het moment van het aangaan van het huwelijk eigenaar is van wat. Een dergelijke lijst schept bewijs tussen de echtgenoten in geval van een later geschil en schept ook bewijs ten aanzien van crediteuren.

Op de staat van aanbrengsten kan de inboedel worden beschreven die door elke echtgenoot is aangebracht maar ook een banktegoed. Vanzelfsprekend heeft een staat van aanbrengsten alleen zin als de goederen die door de echtgenoten worden aangebracht ook duidelijk omschreven zijn.

Bewijsregels

Indien goederen niet op een staat van aanbrengsten zijn vermeld, kan het lastig zijn te bewijzen dat deze goederen niet gemeenschappelijke eigendom zijn. Daarom bevatten de meeste huwelijkse voorwaarden bewijsregels.

Zo wordt in de meeste huwelijkse voorwaarden bepaald dat inboedel geacht wordt gemeenschappelijk te zijn van de beide echtgenoten. Ook wordt vaak opgenomen dat beroeps- of bedrijfsvermogen geacht wordt eigendom te zijn van de echtgenoot ondernemer. Dit alles natuurlijk behoudens tegenbewijs.

Onroerend goed, een gebouw, of grond hoeft niet op een lijst van aanbrengsten te worden vermeld. Het bewijs van eigendom blijkt uit een combinatie van het kadaster en de eigendomsakte.

De echtelijke woning

Indien echtgenoten trouwen in een stelsel van koude uitsluiting, kiezen zij er toch vaak voor om samen een huis te kopen. Beide echtgenoten zijn dan voor de helft eigenaar van de woning. Het is dan raadzaam als de ene echtgenoot met eigen middelen meer heeft bijgedragen in de woning dan de andere echtgenoot, dit goed vast te laten leggen. Ons kantoor kan u daarbij behulpzaam zijn.

Verouderde huwelijkse voorwaarden.

Omdat huwelijkse voorwaarden bestemd zijn om een heel huwelijk lang mee te gaan, is het mogelijk dat uw huwelijkse voorwaarden zijn verouderd. In veel huwelijkse voorwaarden van voor 1970 zijn nog geen verrekenbedingen opgenomen. Vaak werd in de huwelijkse voorwaarden door de aanstaande echtgenoten dan gekozen voor de vorm koude uitsluiting.

Bij een koude uitsluiting behoudt ieder zijn eigen bezittingen. Dit kan tot gevolg hebben dat er na een jarenlang huwelijk een groot verschil in vermogen is ontstaan. Indien het huwelijk vervolgens eindigt door overlijden, kan dit grote gevolgen hebben voor de successie- of erfrecht belasting. Het kan dan ook raadzaam zijn over te gaan naar een stelsel van algehele gemeenschap van goederen of een stelsel waarbij een finaal verrekenbeding wordt opgenomen in die zin dat bij het overlijden van de echtgenoten wordt afgerekend alsof zij in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd. Het grote en kleine vermogen worden hierdoor als het ware gemiddeld, waardoor er minder erfrechtbelasting verschuldigd zal zijn.

Een andere vorm van verouderde huwelijkse voorwaarden heeft te maken met het periodiek verrekenbeding. Deze vorm komt met name voor in huwelijkse voorwaarden die na 1970 zijn aangegaan. In deze voorwaarden wordt wel een jaarlijks verrekenbeding van overgespaard inkomen opgenomen, maar wordt voor de omschrijving van het inkomensbegrip aansluiting gezocht bij de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Omdat de inkomstenbelasting in 2001 ingrijpend gewijzigd is, is het niet logisch nog aansluiting te zoeken bij een verouderd inkomensbegrip. Aanpassing van de huwelijkse voorwaarden op dit punt kan de oplossing zijn.

Huwelijke voorwaarden en estate planning

Huwelijkse voorwaarden kunnen het middel zijn zonder belasting en redelijk eenvoudig tussen de echtgenoten vermogensverschuivingen te regelen. Door wijziging van de huwelijkse voorwaarden in een stelsel van algehele gemeenschap van goederen of door toevoeging van een finaal verrekenbeding waarbij bij het overlijden wordt afgerekend alsof de echtgenoten in gemeenschap van goederen waren gehuwd, worden de vermogens van de echtgenoten gemiddeld. Dit kan in het kader van besparing van erfbelasting voordelig zijn.

Tineke Groot Notaris te Oisterwijk kan u hierin nader adviseren.

Huwelijkse voorwaarden en besparing overdrachtsbelasting

Indien echtgenoten niet in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd, maar door hun huwelijkse voorwaarden een gescheiden vermogen hebben, komt het voor dat de woning eigendom is van een van de echtgenoten, terwijl het de bedoeling is, dat in het kader van een echtscheiding de andere echtgenoot die woning krijgt toebedeeld.

De volgende oplossing is dan mogelijk:

De echtgenoten gaan over tot het wijzigen van hun huwelijkse voorwaarden zodat er een algehele gemeenschap van goederen of een beperkte gemeenschap van goederen ontstaat, waarvan de woning deel uit maakt. De woning wordt daardoor gemeenschappelijk. In het echtscheidingsconvenant worden al afspraken gemaakt op welke wijze men de gemeenschap van goederen in het kader van de echtscheiding gaat verdelen. Ondanks dat de woning dan uiteindelijk via een verdeling van een gemeenschap van goederen en een echtscheiding toebedeeld wordt aan de partner die oorspronkelijk geen eigenaar was, is een dergelijke verdeling in het kader van de echtscheiding toch vrijgesteld van overdrachtsbelasting.

Direct advies aanvragen


Verzenden
Heeft u gevonden wat u zocht?
Delen
Uw waardering

© 2016

Privacy           Algemene voorwaarden           Sitemap