/ Kinderen

Kinderen

De wet bevat een speciale regeling voor afstamming en familierechtelijke betrekkingen. Omdat het afstammingsrecht onder andere van belang is in het kader van erfrechtelijke betrekkingen, alimentatieverplichtingen, en een rol kan spelen bij de beslissing trouwen of ongehuwd samenwonen, volgt hieronder wat korte informatie.

Indien er volgens de wet een ouderschapsrelatie ontstaat, heeft dit gevolgen voor:

1. Nationaliteit;

2. Het recht op gezag;

3. Het omgangsrecht;

4. De onderhoudsverplichtingen;

5. Het recht op de achternaam;

6. Het erfrecht.

De moeder

De moeder die een kind ter wereld brengt, is volgens de wet de juridische moeder van het kind. Daarnaast is moeder degene die het kind heeft geadopteerd.

Bij eiceldonatie en draagmoederschap wordt de moeder die het kind gebaard heeft, dus de juridische ouder. Dit betekent dat deze juridische moeder eerst afstand moet doen van haar kind en dat dit kind daarnaast door de wensmoeder moet worden geadopteerd, wil er een juridische band met de nieuwe moeder ontstaan. Hieronder wordt daar nog nader op ingegaan.

De vader

De vader is juridisch vader van het kind als:

- hij ten tijde van de geboorte van kind met de moeder was gehuwd;

- hij het kind heeft erkend;

- het vaderschap via een rechterlijke procedure is vastgesteld;

- hij het kind heeft geadopteerd.

Een vader die bij de geboorte van het kind is gehuwd, wordt dus de juridische vader van het kind, ook al is hij niet de verwekker van het kind. Bij een erkenning is dit ook zo. Een vader die een kind erkend, wordt de juridische vader van dit kind. Hij hoeft het kind niet te hebben verwekt.

Ontkenning vaderschap

De vader heeft de mogelijkheid het vaderschap te ontkennen. Dit verzoek kan worden ingediend door de vader, de moeder of het kind zelf. De wet stelt nadere voorwaarden. Het kind kan het vaderschap ontkennen als hij weet dat zijn juridische vader niet zijn biologische vader is. Een kind dat verwekt is met kunstmatige donorinseminatie, kan dus zelf het vaderschap ontkennen.

De wet stelt termijnen waarbinnen een verzoek tot ontkenning van het vaderschap moet zijn gedaan.

De erkenning

De erkenning van het kind kan op 2 manieren gebeuren:

- bij een akte van erkenning, opgemaakt door de ambtenaar van de Burgerlijke Stand;

- bij een notariële akte.

Voor erkenning is vereist toestemming van de moeder van het kind of van het kind zelf. Deze toestemming moet schriftelijk worden gegeven. Een kind dat toestemming wil geven voor erkenning, moet 12 jaar of ouder zijn. Indien een kind onder de 16 toestemming geeft, is daarnaast ook toestemming van de moeder nodig.

Als de moeder geen toestemming wil geven, kan aan de rechter vervangende toestemming worden gevraagd. Bij het geven van toestemming weegt de rechter de belangen van de moeder en vader tegen elkaar af. De rechter geeft bovendien alleen toestemming als de vader ook de biologische vader van het kind is.

 

Erkenning is niet mogelijk bij een nauwe familierelatie tussen de beide ouders (bijvoorbeeld broer en zuster). Ook een man jonger dan 16 jaar kan geen kind erkennen. Bovendien is geen erkenning mogelijk als het kind al 2 ouders heeft.

Een man die al gehuwd is met een ander, kan als hoofdregel geen kind van een andere vrouw erkennen. Op deze regel zijn echter uitzonderingen, zoals:

- Er bestaat een nauwe band tussen de vader en moeder van het kind;

- Er bestaat een nauwe band tussen de vader en het kind.

Of er een nauwe band bestaat, wordt vastgesteld door de rechter. De rechter laat daarbij het belang van het kind zeer zwaar wegen. Ieder kind heeft er recht op te weten wie zijn ouders zijn en daarmee in familierechtelijke betrekking te staan.

Vernietiging erkenning

Een eenmaal gedane erkenning kan onder omstandigheden worden vernietigd. Dit kan gebeuren door het kind zelf, de erkenner de moeder en het Openbaar Ministerie. De wet stelt nadere voorwaarden.

Gerechtelijke vaststelling vaderschap

Een vaderschap kan ook door de rechter worden vastgesteld. Het verzoek aan de rechter kan worden gedaan door de moeder, als haar kind jonger is dan 16 jaar en door het kind zelf.

De vader zelf kan geen verzoek indienen. Hij heeft de mogelijkheid van erkenning met eventueel vervangende toestemming van de rechter (zie hiervoor).

Het gezag over minderjarigen

Minderjarigen, personen jonger dan 18 jaar, kunnen zelf geen rechtshandelingen verrichten. Zij zijn handelingsonbekwaam. Daarom staan zij onder gezag, doorgaans zijn dit de ouders van het kind of de voogd.

Ouders kunnen gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben. Het ouderlijk gezag kan ook bij een ouder berusten.

Het is ook mogelijk dat het gezag berust bij een ouder en bij een derde, het zogenaamde gezamenlijke gezag (voorbeeld: de alleenstaande moeder en haar nieuwe partner).

Het ouderlijk gezag van rechtswege

Ouders die met elkaar getrouwd zijn hebben volgens de wet samen het ouderlijk gezag over de kinderen dit uit dit huwelijk geboren zijn.

Bij een geregistreerd partnerschap moet de man het kind hebben erkend, willen de beide ouders gezamenlijk het gezag hebben.

Wel stelt de wet als voorwaarde dat het kind in familierechtelijke betrekkingen moet staan met beide ouders. Indien een kind maar in familierechtelijke betrekking staat met een ouder, voorbeeld: een relatie tussen 2 vrouwen, kan er toch gezamenlijk gezag voor de beide vrouwen ontstaan, namelijk als het kind niet door de vader is erkend (kunstmatige donorinseminatie).

Bij een relatie tussen 2 mannen, ontstaat er dus niet automatisch gemeenschappelijk gezag, omdat uit een relatie met 2 mannen geen kind kan worden geboren.

Gezamenlijk ouderlijk gezag/aantekening in het gezagsregister

Ongehuwd samenwonenden kunnen samen het gezag uitoefenen. Zij moeten dit aan laten tekenen in het gezagsregister. Dit gezagsregister ligt bij de Rechtbank.

Aantekening in dit register is pas mogelijk nadat het kind geboren is.

Gezamenlijk gezag na scheiding

Na echtscheiding blijven de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen.

Wanneer heeft de moeder alleen het gezag

Een moeder heeft alleen het gezag als de vader niet bekend is.

Een moeder heeft ook alleen het gezag in een relatie waarin vader en moeder niet getrouwd zijn, en er geen verzoek is gedaan tot gezamenlijk gezag.

Met andere woorden een vader die het kind heeft erkend, heeft niet automatisch ook gezag. Daarvoor is aantekening in het gezagsregister noodzakelijk.

Wanneer heeft de vader (mede) gezag?

Een vader die het kind erkend heeft, kan aan de kantonrechter verzoeken hem met het gezag te belasten. De vader moet wel het kind hebben erkend, wil hij een dergelijk verzoek kunnen indienen. De biologische vader kan dit verzoek dus niet doen.

Als de moeder al alleen het gezag uitoefent, wordt het verzoek door de rechter afgewezen, als een gezamenlijk gezag niet in het belang van het kind is.

Overlijden van een ouder met gezag

Bij overlijden van een van de ouders die samen het ouderlijk gezag hadden, heeft de langstlevende ouder het ouderlijk gezag na overlijden alleen.

Overlijden beide ouders dan wordt via de rechter een voogd aangesteld, tenzij in een testament een voogd is aangewezen.

Meer over voogdij en de rechten en plichten die daaruit voortvloeien vindt u in de rubriek voogdij, onder ERVEN EN SCHENKEN

Direct advies aanvragen


Verzenden
Heeft u gevonden wat u zocht?
Delen
Uw waardering

© 2016

Privacy           Algemene voorwaarden           Sitemap