/ Voorbeeld Hypotheekakte

Voorbeeld Hypotheekakte

versie 01-10-1999

 

PARTICULIERE HYPOTHEEK

Heden, , verschenen voor mij, , notaris te :

1.

hierna te noemen "de schuldeiser";

2.

hierna te noemen "de schuldenaar" of "de hypotheekgever".

Partijen verklaarden als volgt:

OVEREENKOMST TOT VESTIGING VAN HYPOTHEEK EN PAND

De schuldenaar en de schuldeiseres zijn overeengekomen dat ten behoeve van de schuldeiser het recht van hypotheek en pand zal worden verleend op de in deze akte vermelde goederen, tot zekerheid als in deze akte omschreven.

GELDLENING

De schuldenaar erkent (hoofdelijk) schuldig aan de schuldeiser, die deze schuldbekentenis aanneemt, een bedrag groot , hierna te noemen "de hoofdsom".

Voor deze geldlening gelden de navolgende bepalingen en bedingen:

1. Looptijd

De geldlening is - tenzij deze wordt verlengd - verstrekt voor een tijdsduur, die eindigt op .

2. Rente

Vanaf heden is over de hoofdsom respectievelijk het restant daarvan een rente verschuldigd berekend naar per jaar, te voldoen in maandelijkse/driemaandelijkse/halfjaarlijkse termijnen bij achterafbetaling, voor het eerst op , over het sedert heden verstreken tijdvak.

3. Aflossing

(KEUZE BLOK *)

Aflossing van de hoofdsom dient te geschieden op de genoemde rente-vervaldata, voor het eerst op , telkens een bedrag van .

De eerste termijn vervalt op .

**

(KEUZE BLOK *)

Aflossing van de hoofdsom en betaling van de rente dient te geschieden op de genoemde rente-vervaldata, door middel van annuïteiten.

De annuïteiten zijn op basis van de thans geldende rente elk groot .

De eerste annuïteit vervalt op .

**

(KEUZE BLOK *)

Aflossing van de hoofdsom dient te geschieden in één bedrag bij het einde van de looptijd.

**

4. Opzegging

De hoofdsom is - behoudens de hierna sub 5. bepaalde gevallen van opeisbaarheid - niet opeisbaar (en evenmin aflosbaar) voor en na die datum te allen tijde mits de geldlening ten minste drie maanden tevoren schriftelijk is opgezegd.

5. Opeisbaarheid

De hoofdsom is direct opeisbaar en dient met de lopende en de eventueel achterstallige rente en met drie maanden extra rente te worden terugbetaald:

a. bij niet nakoming door de schuldenaar van enige verplichting uit deze overeenkomst van geldlening indien niet binnen acht dagen na ingebrekestelling de betrokken verplichting alsnog is nagekomen;

b. bij beslag op een goed van de schuldenaar, bij faillissement of surséance van de schuldenaar of aanvrage daartoe, en in alle andere gevallen waarin hij het vrije beheer over een of meer van zijn goederen verliest, alsmede bij zijn overlijden;

c. in de hierna bij de hypotheekbepalingen genoemde gevallen.

6. Betalingen

Alle betalingen moeten geschieden op de wijze als de schuldeiser aangeeft.

7. Schuldverrekening

De schuldenaar kan zich niet beroepen op verrekening.

VESTIGING HYPOTHEEK- EN PANDRECHT MET BIJBEHORENDE BEPALINGEN

Ter uitvoering van de overeenkomst als hiervoor vermeld, verleent de schuldenaar aan de schuldeiser, die zulks aanneemt, recht van hypotheek respectievelijk - voorzoveel nodig nu voor alsdan - recht van pand op het hierna te omschrijven onderpand, tot meerdere zekerheid voor:

I. de terugbetaling van voormelde hoofdsom;

II. de betaling van de bedongen renten, boeten, kosten en het overigens in verband met het vorenstaande verschuldigde, tezamen begroot op zestig procent (60%) van de hoofdsom, derhalve in totaal .

Voor deze hypotheek gelden de volgende bepalingen en bedingen, welke laatste uitdrukkelijk worden gemaakt.

1. Opeisbaarheid

De hoofdsom is opeisbaar, onverminderd de hiervoor genoemde gevallen van opeisbaarheid:

a. bij niet nakoming door de hypotheekgever van enige verplichting ingevolge deze hypotheek;

b. bij inbeslagneming; bij vervreemding (al dan niet slechts economisch) of onteigening van het onderpand geheel of gedeeltelijk; bij brandschade of enige andere waardevermindering of mogelijke waardevermindering van het onderpand al dan niet door toepasselijkheid van enige overheidsmaatregel op het onderpand;

c. indien schuldenaar en hypotheekgever niet dezelfde zijn: bij faillissement of surséance van de hypotheekgever of aanvrage daartoe;

d. indien een andere schuld waarvoor het onderpand hypothecair verbonden mocht zijn, opeisbaar wordt.

2. Onderhoud, verzekering, schade

Het onderpand moet behoorlijk worden onderhouden en de verbonden opstallen moeten bij een solide maatschappij tegen herbouwwaarde worden verzekerd en verzekerd gehouden tegen alle schaden ten gevolge van brand, blikseminslag en ontploffing en voorts tegen zodanige andere schade als de hypotheekhouder zal wensen; op diens verlangen moeten de polissen en premiekwitanties aan hem worden ter hand gesteld.

Bij schade moet de hypotheekhouder zo spoedig mogelijk in kennis worden gesteld. De regeling van de schadevergoeding vereist de voorafgaande goedkeuring van de hypotheekhouder. Het wettelijk pandrecht op de schadevergoeding, alsook dat op andere vergoedingen bedoeld in artikel 3:229 van het Burgerlijk Wetboek, kan te allen tijde worden medegedeeld aan de betrokken schuldenaar.

3. Betaling van lasten, premies enzovoorts

De eigenaarslasten, eventuele retributies, canons en andere lasten op het onderpand drukkende, alsook assurantiepremies moeten tijdig worden voldaan. Geschiedt dit niet dan is de hypotheekhouder bevoegd dit zelf te doen en het betaalde terug te vorderen en te beschouwen als kosten, hiervoor onder II bedoeld.

4. Verbodsbepalingen

Het onderpand mag zonder schriftelijke toestemming van de hypotheekhouder:

- niet van aard of bestemming, van inrichting of gedaante worden veranderd, tenzij krachtens machtiging als bedoeld in artikel 3:265 van het Burgerlijk Wetboek;

- niet met (verdere) hypotheken, erfdienstbaarheden of enig ander beperkt recht of een kwalitatieve verplichting worden bezwaard;

- niet worden verhuurd of verpacht en in ieder geval is de vooruitbetaling van huur en pachtpenningen en van andere vergoedingen verboden, alsook de vervreemding en verpanding van huur en pachtpenningen en andere uit de huur- of pachtovereenkomst voortvloeiende rechten, of het recht daarop;

- niet onder welke andere titel ook in gebruik of genot worden afgestaan.

5. Mede-onderpand

De aan het onderpand aangebrachte veranderingen of toevoegingen - ook die welke zouden vallen onder het verbod vermeld onder 4 - mogen in geen geval weggenomen worden. Zij zullen mede tot onderpand voor de verzekerde vordering strekken.

Voor het geval zij toch worden weggenomen, worden de weggenomen zaken nu voor alsdan door de hypotheekgever in pand gegeven aan de hypotheekhouder, welke laatste deze inpandgeving aanneemt.

Voorts geeft de hypotheekgever, voor zover nodig nu voor alsdan, aan de hypotheekhouder in pand, die deze inpandgeving aanneemt, die roerende zaken, die bestemd zijn het onderpand duurzaam te dienen en door hun vorm als zodanig zijn te herkennen en die machinerieën en werktuigen die bestemd zijn om daarmede een bedrijf in het daartoe ingerichte onderpand uit te oefenen. Deze kunnen tezamen met de verhypothekeerde goederen volgens de voor hypotheek geldende regels worden geëxecuteerd.

6. Beheer door hypotheekhouder

De hypotheekhouder is bevoegd om, zo de hypotheekgever in zijn verplichtingen jegens hem in ernstige mate tekort schiet, en de President van de Rechtbank hem machtiging verleent, het onderpand in beheer te nemen.

Voorts is de hypotheekhouder bevoegd om, indien zulks met het oog op de executie vereist is, het onderpand onder zich te nemen en te verlangen dat dan ontruiming plaats heeft, zonodig uit kracht van de grosse van deze akte.

7. Executie

Indien de schuldenaar in verzuim is met de voldoening van hetgeen waarvoor deze hypotheek tot waarborg strekt is de hypotheekhouder bevoegd het onderpand, tezamen met hetgeen tot mede-onderpand strekt, in het openbaar ten overstaan van een bevoegde notaris te doen verkopen, zoals bepaald in artikel 3:268 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, teneinde uit de opbrengst al het verschuldigde te verhalen. De hypotheekhouder heeft dan het recht de veilingcondities vast te stellen, kavels te maken, erfdienstbaarheden te vestigen, kortom de gehele veiling te regelen, een en ander met inachtneming van de door de wet terzake gestelde regels.

De hypotheekgever zowel als de hypotheekhouder kunnen de President van de Rechtbank verzoeken onderhandse executie toe te staan als bedoeld in artikel 3:268 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Indien executant het goed niet reeds ontruimd onder zich heeft krachtens het hiervoor onder 6 bepaalde zal ontruiming kunnen geschieden uit kracht van de grosse van het proces-verbaal van toewijzing (artikel 525 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) of - indien het een onderhandse executie betreft - van de akte van levering.

OVERIGE BEPALINGEN

1. Kosten

De kosten van verlening en vestiging van deze hypotheek, en alle andere kosten waartoe deze hypotheek en de daardoor verzekerde schuld nu of te eniger tijd aanleiding mochten geven zijn voor rekening van de schuldenaar.

2. Bevoegdheid tot verpanding

De hypotheekgever verklaarde bevoegd te zijn tot voormelde verpanding.

3. Verzuim

De hypotheekgever/schuldenaar is in verzuim door het enkele feit der overtreding of het enkele verloop van termijn.

4. Opzeggingsbevoegdheid zekerheidsrecht

De schuldeiser kan door opzegging de aan hem verleende hypotheek- en pandrechten geheel of gedeeltelijk beëindigen.

5. Woonplaats

Partijen kiezen woonplaats ten kantore van de bewaarder van deze akte.

REGISTERGOED

Het recht van hypotheek wordt gevestigd op:

 

(Eigendomstitel)

VOORBELASTING

Het onderpand is niet met beslag bezwaard en niet met hypotheek of andere beperkte rechten bezwaard.

(VARIABEL BLOK *)

behoudens een recht van eerste hypotheek ten behoeve van in hoofdsom oorspronkelijk groot /. .

Van deze eerste hypotheek blijkt uit een akte op verleden voor notaris te , ingeschreven in het register 3 van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers te op daaropvolgende in deel nummer .

***

(VARIABEL BLOK *)

TOESTEMMING

 

toestemming artikel 1:88 Burgerlijk Wetboek

(bestuursverklaring).

***

WAARVAN AKTE is verleden te op de datum in het hoofd van deze akte vermeld.

De comparanten zijn mij, notaris, bekend. De zakelijke inhoud van de akte is aan hen opgegeven en toegelicht. De comparanten hebben verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen( en/,) tijdig voor het verlijden (OPTIE: een conceptakte te hebben ontvangen en/,) van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen (OPTIE: en te zijn gewezen op de gevolgen, die voor partijen uit de akte voortvloeien).

Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend, eerst door de comparanten en vervolgens door mij, notaris, om .

Direct advies aanvragen


Verzenden
Heeft u gevonden wat u zocht?
Delen
Uw waardering

© 2016

Privacy           Algemene voorwaarden           Sitemap